Wat is er aan te doen?

De afgelopen 35 jaar (!) is er redelijk veel onderzoek gedaan op het gebied van hemianopsie en andere gezichtsvelddefecten. Zo is er gekeken naar welke beschadigingen er aan vooraf gaan; welke varianten er bestaan; waarom er absolute en relatieve defecten bestaan en wat dat voor de patiënt uitmaakt; wat het effect is voor lezen, werken en mobiliteit. Natuurlijk wordt er ook onderzocht of er nog iets aan te doen is, maar dat is iets van de laatste tijd. Dit betekent dat de wetenschappelijke meningen over behandelingsmogelijkheden van hemianopsie nog sterk onderling verschillen. Sterker nog, in Nederland zullen veel mensen na het doormaken van een beroerte te horen krijgen dat ze er maar mee moeten leren leven omdat er niets aan te doen is. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk als men bedenkt dat er in Nederland ook nog niet veel aandacht aan is gegeven, maar ook als men bedenkt dat het gaat over het zo goed mogelijk proberen te herstellen van een functie, die door hersenbeschadiging (gedeeltelijk) verloren is gegaan. Dat de hersenen niet volledig rigide zijn na beschadiging is iets wat pas de laatste jaren voorzichtig wordt onderkend. Hersenen blijken enige mate van Het vermogen van de hersenen om zichzelf aan te passen aan veranderende omstandigheden. De aanpassingen betreffen slechts voor een klein deel de lokale aanmaak van nieuwe cellen. Voor een veel belangrijker deel bestaat plasticiteit uit subtiele veranderingen in de functie van hersencellen en hersengebieden. Dit kan zich bv uiten in een grotere reactiviteit van een hersencel of gebied, maar ook door een verandering in de sterkte van verbindingen tussen cellen. Ook is het mogelijk dat cellen een functie overnemen van een cel die verloren is gegaan.plasticiteit te kennen, maar die moet niet worden overschat, vooral ook niet omdat die mate van plasticiteit sterk kan verschillen, afhankelijk van de omvang en locatie van de hersenschade.
Inmiddels zijn er een paar behandelingsvarianten t.b.v. hemianopsie en andere gezichtsveld defecten, meestal gebaseerd op training.

Voor het bestrijden van de gevolgen van hemianopsie zijn drie vormen van visuele revalidatie of behandeling te onderscheiden: substitutie, compensatie en restitutie.

Substitutie betekent dat men iemands visuele omgeving aanpast door middel van het gebruik van een bril met prisma-glazen. Deze prisma-glazen verschuiven het binnenkomende beeld enigszins. Bij substitutie (ook wel adaptatie genoemd) wordt iemands visuele omgeving aangepast door een bril met prismaglazen voor te schrijven. Prisma-glazen verschuiven de visuele omgeving, waardoor iemand die recht vooruit kijkt een klein deel van de omgeving te zien krijgt, dat voorheen onzichtbaar was door het gezichtsveld defect. Dit levert hetzelfde op als een beetje draaien met het hoofd, alleen hoeft iemand er niet meer bij na te denken om dat te doen wanneer een prismabril wordt gedragen. Daarnaast moet men leren omgaan met het feit dat bewegingen anders ‘voelen’ dan ze eruit zien. Dus: men loopt recht vooruit, maar door de prismabril lijkt het of men enigszins schuin vooruit loopt. Grijpen naar een voorwerp betekent eveneens leren ‘er naast te grijpen’. Deze techniek omzeilt het aangedane gezichtsveld en traint het overgebleven gezonde gezichtsveld. Substitutie wordt vaak als onprettig ervaren voor mensen die een deel van hun visuele veld missen.

Compensatie is gericht op het verbeteren van het visueel functioneren door middel van het effectiever gebruiken van het overgebleven intacte visuele veld: men wordt getraind in het beter en doelgerichter scannen van de omgeving, ofwel in het beter om zich heen kijken. Compensatie stelt iemand in staat om het defect te ‘omzeilen’ door met de ogen en het hoofd in de richting van het defect te bewegen. Immers, het ‘ziende’ gezichtsveld wordt dan gebruikt om te zien wat door het defecte gezichtsveld wordt gemist.Op deze wijze wordt dus gecompenseerd voor het visuele defect. Niet iedereen doet dit automatisch en al zeker niet in dezelfde mate. Dit lijkt afhankelijk te zijn van de mate waarin men zich bewust is van het defect, ofwel in hoeverre men het aangedane stukje gezichtsveld mist. Compensatie kan echter worden getraind. Bij deze techniek wordt iemand aangeleerd om actief de omgeving te scannen, door frequent en op relevante momenten het hoofd en de ogen te bewegen naar het aangedane deel van het gezichtsveld. Dus iemand met een rechtszijdige hemianopsie wordt getraind om meer naar rechts te kijken.
Als iemand regelmatig en gestructureerd om zich heen kijkt, kan die persoon een hoop zien wat anders zou worden gemist dankzij het gezichtsveld defect. Er geldt wel, dat deze techniek het aangedane gezichtsveld omzeilt en dus ongewijzigd laat. Het is juist het overgebleven, gezonde gezichtsveld dat wordt getraind.

Restitutie is gericht op het zoveel mogelijk terugdringen van het visuele veld defect zelf door middel van stimulatie van de visuele functie in het defecte visuele veld. Met andere woorden, restitutie is gericht op het weer leren gebruiken van een stukje gezichtsveld dat voorafgaand aan training onder de hemianopsie valt. 
Deze restitutie training is het onderwerp van onze studies, waarin we de effecten van restitutie training bestuderen.
Restitutie houdt in dat er wordt geoefend in het zoveel mogelijk verplaatsen van de visuele aandacht naar het grensgebied tussen het gezonde en het aangedane gezichtsveld. In dit grensgebied is het over het algemeen mogelijk de visuele functie te verbeteren. Dit betekent dat het mogelijk is dat men na training iets kan waarnemen in een stukje gezichtsveld dat voorafgaand aan training ‘blind’ was. Het is ook mogelijk dat er al iets in een stukje aangedaan gezichtsveld kan worden waargenomen (bv ‘licht’) maar dat men na training beter kan waarnemen wat er te zien is (bv ‘vorm’ en ‘kleur’).

 Het ‘werkzame bestanddeel’ van de training betreft dus het verplaatsen van de visuele aandacht naar het aangedane gezichtsveld. Hoe verlegt men de visuele aandacht? Dit is een vaardigheid waarover mensen beschikken. We zouden het ook kunnen omschrijven als ‘iets uit de ooghoeken’ waarnemen. Een voorbeeld: u bevindt zich in een groep mensen op een verjaardagsfeestje. U wilt graag weten wanneer een bepaald persoon de ruimte verlaat, zonder dat u wilt dat iemand in de gaten heeft dat u dat wilt. De oplossing is dat u uw ogen niet op die betreffende persoon richt, doch op een neutraal punt. Ondertussen houdt u ‘uit uw ooghoeken’ in de gaten wanneer de persoon vertrekt. Dit doet u door uw aandacht opzij te verplaatsen (naar waar de persoon zich bevindt). Dit mechanisme passen we ook toe bij de training die wij hanteren (zie Ons onderzoek)

^ Naar boven