Hemianopsie is de officiële term voor halfzijdige blindheid.
Mensen met deze aandoening zijn in de helft van hun gezichtsveld ‘blind’. Dit laatste staat tussen aanhalingstekens, omdat er nogal wat variatie bestaat in de mate van blindheid. Sommigen kunnen niets waarnemen in deze aangedane gezichtshelft, anderen voelen of weten daar iets, en enkelen kunnen onbewust tóch visuele informatie verwerken.
Belangrijk is, dat het gaat om een visuele aandoening, die wordt veroorzaakt door hersenbeschadiging of laesie, dus niet door een beschadiging van de ogen.
Hemianopsie is één variant van gezichtsveld defect: Het gezichtsveld kan ook voor een kwart deel uitgevallen zijn; er kan een stukje van het gezichtsveld missen en er kunnen heel willekeurig lijkende, onregelmatige defecten zijn.
De afgelopen eeuw (!)
is er veel onderzoek gedaan op het gebied van hemianopsie en andere
gezichtsvelddefecten. Zo is er gekeken naar welke beschadigingen er aan vooraf
gaan; welke varianten er bestaan; waarom er absolute en relatieve
defecten bestaan en wat dat voor de patiënt uitmaakt; wat het effect is voor
lezen, werken en mobiliteit. Natuurlijk wordt er ook onderzocht of er nog iets
aan te doen is, maar dat is iets van de laatste tijd. Dat betekent, dat de
wetenschappelijke meningen daarover nog erg onderling verschillen. Sterker nog,
in Nederland zullen veel mensen na het doormaken van een CVA te horen
krijgen dat ze er maar mee moeten leren leven omdat er niets aan te doen is.
Dat is niet helemaal onbegrijpelijk als men bedenkt dat er in Nederland ook nog
niet veel aandacht aan is gegeven, maar ook als men bedenkt dat het gaat over
het zo goed mogelijk proberen te herstellen van een functie, die door
hersenbeschadiging verloren is gegaan. Dat de hersenen niet
volledig rigide zijn na beschadiging is iets wat pas de laatste jaren
voorzichtig wordt onderkend. Hersenen blijken enige mate van plasticiteit te
kennen, maar die moet niet worden overschat, vooral ook niet omdat die mate van
plasticiteit sterk kan verschillen, afhankelijk van de omvang en locatie van de
hersenschade.
Inmiddels zijn er een paar behandelingsvarianten t.b.v. hemianopsie en andere gezichtsveld defecten, meestal gebaseerd op training.
De hersenbeschadiging die een visueel veld defect veroorzaakt betreft meestal een CVA. Een CVA is een hersenbloeding of een herseninfarct. Bij de eerste raakt een ader ergens in het hoofd beschadigd, waardoor het bloed zich buiten de ader kan begeven zodat het bloed zich in de hersenen ophoopt. Bij een infarct is sprake van een verstopping binnenin een ader. In beide gevallen krijgen de hersendelen, die worden ‘gevoed’ door de betreffende ader, geen zuurstof en andere voedingsstoffen meer aangeleverd. Zoals bekend hebben hersencellen dit nodig om te blijven leven en te kunnen functioneren. Het gevolg van zo’n CVA is dan ook functieuitval. Hemianopsie is een voorbeeld van zo’n functieuitval. In dat geval is de ader die verantwoordelijk is voor het betreffende visuele gebied niet meer in staat bloed aan te voeren.

Impressie van het gezichtsveld bij een persoon met rechtszijdige hemianopsie
Het maakt enorm veel uit waar exact de
laesie heeft plaatsgevonden. Niet alleen voor welke (combinatie van) functie(s) uitvalt, maar ook voor de mate en vorm van de uitval.
Behalve hemianopsie zijn er namelijk ook nog andere vormen van gezichtsveld defecten: zo kan het zijn dat iemand niet de helft, maar een kwart van het veld mist; iemand kan een “gat” in het veld hebben; iemand kan voor beide ogen een verschillende mate van defect vertonen. Dit laatste is wat verwarrend, omdat het dus geen stoornis van de ogen betreft, maar van de hersenen. De stoornis kan zich echter soms verschillend openbaren wanneer het per oog wordt opgemeten.Onderstaande figuur laat de meest voorkomende varianten zien van gezichtsveld defecten en welke laesie locatie tot die variant leidt. Aan de linkerkant van de figuur staan de hersenen afgebeeld, van bovenaf gezien. De zwarte balkjes geven de plaats van een laesie aan. Rechts staan de bijbehorende gezichtsveld defecten.

De bovenzijde van het plaatje laat de ogen zien. De onderzijde van het plaatje is het achterhoofd, waar zich het primaire visuele gebied bevindt ('striate cortex').
Fig 1 laat de meest voorkomende varianten zien, maar er zijn nog andere varianten mogelijk (zie halfzijdige blindheid.).

-,-
