Wat is er aan te doen?

 

 

Voor het bestrijden van de gevolgen van hemianopsie zijn drie vormen van visuele revalidatie of behandeling te onderscheiden: compensatie, substitutie en restitutie.

 

 

Substitutie wordt over het algemeen niet als prettig ervaren voor mensen die een deel van hun visuele veld missen. De andere twee varianten zijn aanvullend aan elkaar. 


Compensatie is een methode, die mensen vaak zelf al toepassen, mits ze zich bewust zijn van het defect (dat is namelijk niet altijd het geval!): ze willen a.h.w. “om het defect heen kijken”.


Restitutie. Reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw werd geconstateerd dat het mogelijk was om de prestatie tijdens visuele veld metingen van een patiënt met een gezichtsveld defect op een perimeter te verbeteren, simpelweg door de meting vele malen te herhalen. Daarna zijn er verscheidene onderzoeken geweest die datzelfde effect tegenkwamen, maar ook een aantal onderzoeken, die dat effect niet vonden.

        In Duitsland is de visuele training gebaseerd op restitutie reeds gemeengoed, in Nederland (nog) niet. We vinden namelijk, dat eerst goed moet worden onderzocht, of en hoe de training nou echt werkt. In de afgelopen jaren zijn er enkele (voor)studies uitgevoerd op de Universiteit Utrecht, die wijzen in de richting van een werkzame training. De studies waren eenvoudig van opzet, en werden daarna gevolgd door een grootser opgezet onderzoek, waarbij van meer controlemetingen gebruik werd gemaakt. In dit onderzoek werd de training op 2 manieren worden aangeboden:



 

Beschrijving Onderzoek Revalidatie bij Cerebrale Blindheid

 

Beschrijving onderzoek 2005-2009 Universiteit Utrecht

 

Training.  De training werd uitgevoerd op een Goldmann perimeter (zie foto). Dit is een apparaat waarmee de vorm en de kwaliteit van het gezichtsveld kan worden bepaald. Dit gaat als volgt: de patiënt zit achter de perimeter zoals op de foto, met 1 oog afgedekt en het andere oog precies op één lijn met het middelpunt van de bol. Dit punt wordt het fixatiepunt genoemd. Vervolgens worden er systematisch stimuli aangeboden op verschillende locaties in het visuele veld. Hiervan wordt bijgehouden welke kunnen worden gedetecteerd, terwijl de ogen op het fixatiepunt gericht blijven. Dit heet statische perimetrie, omdat de stimuli op een vaste locatie worden aangeboden. Deze variant gebruiken we voor de training.

 

                 

 

 Patiënt achter perimeter      aanzicht patiënt-zijde           aanzicht onderzoeker-zijde

 

 

Een andere variant is dynamische perimetrie, waarbij de stimuli van buiten naar het centrum toe worden bewogen. Met name deze variant wordt gebruikt om de grootte van het gezichtsveld op te meten. Een registratie van een deel van een gezichtsveld is hieronder te zien.

 

 

De centrale 30° van het gezichtsveld wordt getoond. Te zien is hoe de 'visuele veld grens' eerst vlak naast het centrum ligt, maar ná de training naar buiten toe is opgeschoven. Dit zijn twee voorbeelden van het resultaat van visuele training bij 2 gevallen van rechtszijdige hemianopsie. De getoonde cijfers geven de geleverde training arbeid weer ('0'=aanvang training) en wijzen de bijbehorende gezichtsveldgrens van dat moment aan. Het gezichtsveld deel dat zich bevindt tussen de '0-lijn' en het zwarte gebied stelt het trainingseffect voor. Dat betekent dat dit gezichtsveld deel na de training tot het functionele gezichtsveld is gaan behoren: het is "erbij getraind". Overigens is goed te zien hoe bij het rechtervoorbeeld beduidend meer trainingseffect is bereikt (verschuiving ca. 20°) dan bij het linkervoorbeeld (verschuiving ca. 7°). Doorgaans omvatten de verschuivingen een winst van 2° - 12°. Dat betekent dat het rechtervoorbeeld een uitzondering vormt. Het linkervoorbeeld wordt vaak geobserveerd.

 

Onderzoek.  Met behulp van bovenstaand protocol is in de afgelopen jaren bevestigd, dat het mogelijk is om het door hersenbeschadiging aangetaste gezichtsveld te verbeteren in termen van grootte. In het door de training teruggewonnen gezichtsveld is tevens enige functionaliteit aanwezig: men blijkt er meetbare gezichtsscherpte te hebben en ook kleuren te kunnen waarnemen, alsmede beweging. Deze waarnemingen hebben onderzoekers aan de Universiteit Utrecht ervan overtuigd, dat degelijk onderzoek naar de mogelijkheden van deze training moet worden gedaan zodat kan worden besloten of de training een klinisch toepasbare revalidatie methode kan zijn.

        In Duitsland wordt deze training reeds aangeboden aan patiënten met visuele velddefecten in de vorm van een computer training, maar tegelijkertijd bestaat er in de vakliteratuur nogal wat onenigheid over de werking van deze (en andere soortgelijke) neurotraining(en). De kritieken op deze vorm van training betreft voornamelijk twee onderwerpen en is in die mate terecht, dat het eens goed moet worden uitgezocht:

 

 

 

 

 

 

 

Hieronder ziet U een voorbeeld van een MRI-registratie. Dit is het brein van de neuropsycholoog, die de trainingen uitvoert, zodat hij nu ook weet hoe het is om in een MRI-scanner te liggen. Zoals te zien is op de foto's kunnen de hersenen op deze manier zeer nauwkeurig in kaart gebracht worden (anatomische scan).

 

                                                  

 

 

Met dezelfde apparatuur kan ook de hersenactiviteit in kaart gebracht worden. De plaatjes bevatten meestal een kleurtje om de mate van activiteit aan te geven. Het onderstaande brein is van iemand met een gezichtsveld defect. Te zien is de activiteit in de achterste delen van het brein (op het plaatje telkens de onderzijde). Als de linker- en de rechterzijde van die achterste delen worden vergeleken, blijkt dat de linkerhelft meer activiteit laten zien dan de rechterhelft, waar een infarct heeft plaatsgevonden.

 

 

 


 

 

Beschrijving onderzoek 2010-2012           

 

Radboud Universiteit Nijmegen; Universiteit Utrecht; St Maartenskliniek, Nijmegen; RC De Hoogstraat Utrecht.

In augustus 2010 is een vervolg-studie gestart. Het boven beschreven onderzoek 2005-2009 heeft een aantal zeer interessante resultaten opgeleverd. Deze resultaten betreffen vooral de omvang en kwaliteit van het (herstelde) gezichtsveld. Die omvang en kwaliteit zijn weliswaar een voorwaarde voor succesvolle revalidatie, ze vormen geen voldoende beschrijving daarvan. Immers, “de wereld om ons heen” in het dagelijks leven bestaat uit méér dan lichtstipjes, kleurtjes en vormen. Behalve dat iemand dus een groter gezichtsveld kan krijgen na training, willen we ook weten of dat deel ook daadwerkelijk gebruikt kan worden voor activiteiten van het dagelijks leven (ADL). Uit het onderzoek van 2005-2009 is al gebleken dat een deel van de patiënten ook daadwerkelijk een verbetering op gedragsniveau laten zien (wat niets te maken heeft met ‘goed gedrag’, maar met verbetering die elementaire visuele functies overstijgen): niet alleen was er sprake van gezichtsveld uitbreiding, maar er was ook sprake van verbeterd kijkgedrag in een autorijdsimulator, waardoor er minder botsingen plaatsvonden. Ook hebben we geconstateerd dat een deel van de getrainde patiënten daadwerkelijk beter en sneller kan lezen. Deze resultaten vormden aanleiding tot de vervolg-studie:

“Herstel Visuele Veld Defecten na CVA - een proefimplementatie “

In deze studie is wederom een groep patiënten getraind. Iedere patiënt heeft 3 maanden lang minimaal 5 dagen per week en minimaal één (1) uur per keer getraind. We zijn begonnen met een groep van 13 personen. De voorlopige resultaten laten in ieder geval weer zien dat diegenen met een duidelijke toename van het gezichtsveld ook verbetering op de leestest, GAS en vragenlijsten vertonen. 

Omdat we deze groep eigenlijk wat klein is, breiden we de studie in de komende jaren uit met nog eens 40 personen. Voor deze studie kunnen personen met gezichtsveld defecten na een beroerte zich aanmelden. De nieuwe studie wordt hieronder beschreven:


 

 

Beschrijving onderzoek 2011-2015           

 

Radboud Universiteit Nijmegen; Universiteit Utrecht; St Maartenskliniek, Nijmegen; RC De Hoogstraat Utrecht.

In november 2011 zijn de voorbereidingen voor een vervolgstudie begonnen. De boven beschreven studies (2005-2010) hebben een aantal zeer interessante resultaten opgeleverd. Deze resultaten betreffen vooral de omvang en kwaliteit van het (herstelde) gezichtsveld. Die omvang en kwaliteit zijn weliswaar een voorwaarde voor succesvolle revalidatie, ze vormen echter geen voldoende beschrijving daarvan. Immers, “de wereld om ons heen” in het dagelijks leven bestaat uit méér dan lichtstipjes, kleurtjes en vormen. Behalve dat iemand dus een groter gezichtsveld kan krijgen na training, willen we ook weten of dat deel ook daadwerkelijk gebruikt kan worden voor activiteiten van het dagelijks leven (ADL). Uit het eerdere onderzoek is al gebleken dat een deel van de patiënten ook daadwerkelijk een verbetering op gedragsniveau laten zien (wat niets te maken heeft met ‘goed gedrag’, maar met verbetering die elementaire visuele functies overstijgen): niet alleen was er sprake van gezichtsveld uitbreiding, maar er was ook sprake van verbeterd kijkgedrag in een autorijdsimulator, waardoor er minder botsingen plaatsvonden. Ook hebben we geconstateerd dat een deel van de getrainde patiënten daadwerkelijk beter en sneller kan lezen. Deze resultaten vormden aanleiding tot de nieuwe studie, getiteld:

“Partieel functieherstel bij hemianopsie “

In deze studie zullen we wederom een groep patiënten trainen. Iedere patiënt traint thuis op de eigen PC. Dit dient 2 maal 8 weken lang minimaal 5 dagen per week en minimaal één (1) uur per dag uitgevoerd te worden. We zullen hiervoor een groep van 40 personen trainen, waarvoor we reeds een hoop aanmeldingen hebben ontvangen. Naar aanleiding van het intake gesprek en een gezichtsveld meting zal worden bepaald of iemand wordt geďncludeerd in deze studie. Dit zal onder meer afhangen van de vraag of iemand het trainingsprogramma gaat volhouden. Mocht iemand niet geďncludeerd worden, dan zal worden beoordeeld of er evengoed een training wordt aangeboden, waarbij alleen voorafgaand aan en na de training een gezichtsveld meting wordt uitgevoerd. Indien men deelneemt aan de studie zullen de volgende metingen worden uitgevoerd, zowel vóór als na de training:

Deze metingen zullen worden verdeeld over 3 verschillende dagen. Het kan zijn dat u daarvoor een keer naar het UMC in Utrecht moet reizen, maar in ieder geval moet u het naar het UMC in Nijmegen komen.

 

Let op: de MRI hersenscans vinden altijd in Nijmegen plaats! 

 


 

Beschrijving ThuisTraining

                

De thuistraining op de computer kent 2 varianten, waarvan u in elke periode van 8 weken één variant gebruikt. Bij de ene variant wordt gebruik gemaakt van enkelvoudige, statische puntdoelen; bij de andere wordt gebruikt gemaakt van bewegingspatronen. De PC training lijkt voor de rest op perimetrie. Dat betekent dat in de thuissituatie op een vaste afstand vanaf een beeldscherm moet worden gezeten, dat er naar een fixatiepunt op het scherm moet worden gekeken, dat er moet worden gereageerd op gedetecteerde stimuli etc. Een nieuw onderdeel van de training is het feit, dat we bij beide varianten nu een oogbeweging controle systeem gebruiken. Dit systeem houdt in de gaten of en hoe goed u in staat bent om tijdens de training de ogen op het centrale punt gericht te houden. Om deel te kunnen nemen aan deze training wordt u tijdelijk voorzien van een computer met het trainingsprogramma. 

De voordelen van de thuistrainingsvorm zijn duidelijk:

 

1.      men kan thuis trainen, dus geen dagelijkse reizen naar de universiteit nodig

2.      men kan veel meer trainen in dezelfde tijd (hogere training frequentie)

3.      men kan langer doorgaan met trainen (meer training sessies)

 

                

 

 

BELANGRIJK:

 

 

 

Mocht u interesse hebben om aan dit onderzoek deel te nemen, dan kunt op dat de pagina Deelname Onderzoek kenbaar maken. Op deze pagina is het mogelijk om e-mail contact te hebben met de onderzoekers. U kunt zich op deze pagina ook direct opgeven voor deelname aan het onderzoek: hiervoor kunt u een contactformulier invullen .Wij nemen dan contact op om een afspraak te maken voor een kennismaking- en intakegesprek. Tijdens dit gesprek zal duidelijk worden gemaakt of aan het onderzoek zal kunnen worden deelgenomen.